top of page
avondzon.JPEG

NATUURINCLUSIEVE LANDBOUW

IMG_1192_edited.jpg

LANDBOUW SINDS DE 17E EEUW

Sinds de aanleg van de Nieuwlandpolder rond 1672 werd het land intensief gebruikt voor landbouw. In de loop van de eeuwen veranderden de gewassen en de teeltmethoden. Aanvankelijk waren traditionele gewassen zoals meekrap en diverse graansoorten belangrijk, maar in de negentiende eeuw verdwenen oude gewassen en maakten moderne teeltmethoden, kunstmest en stoommachines hun intrede.

De landbouw werd steeds meer een combinatie van traditioneel boerenwerk en ondernemerschap, met oog voor efficiëntie en schaalvergroting.

Ook het boerenleven zelf veranderde door mechanisering en nieuwe technieken, maar de kern van het werk bleef gericht op akkerbouw en veeteelt, waarbij een mix van eigen en gepacht land werd gebruikt om de productie te optimaliseren.

RUILVERKAVELING EN SCHAALVERGROTING 

..

Sinds de jaren 1950 heeft de Nederlandse landbouw een enorme ontwikkeling doorgemaakt. De ruilverkavelingen, die in veel gebieden het landschap volledig hebben heringericht, vormden het startpunt van een periode van ongekende schaalvergroting en efficiëntie. Kleine, versnipperde perceeltjes werden samengevoegd tot grote, overzichtelijke kavels. Boeren kregen beter toegankelijke grond, rechte wegen en een betere waterhuishouding.

Tegelijkertijd zette de mechanisering in een hoge versnelling. De komst van moderne trekkers, machines en later GPS-gestuurde technieken maakte het mogelijk om steeds grotere oppervlaktes met minder arbeid te bewerken. Het resultaat was een landbouwsector die tot de meest productieve ter wereld behoort: hogere opbrengsten, lagere arbeidskosten en een efficiëntieslag die zijn weerga nauwelijks kent.

Maar deze vooruitgang had ook een keerzijde. Door de schaalvergroting verdwenen talloze kleine landschapselementen: kronkelende slootjes, houtwallen, bloemrijke akkerranden en de afwisseling van gewassen die vroeger zo kenmerkend was voor het agrarische landschap. Waar ooit een mozaïek lag van kleine perceeltjes en leefgebieden voor talloze planten en dieren, liggen nu grote open ruimten die vooral gericht zijn op productie.

RUIMTE VOOR NATUUR EN STREVEN NAAR BIODIVERSITEIT

Op het akkerbouwbedrijf zijn we overgegaan naar het systeem van strokenteelt. In deze vorm vorm van akkerbouw worden de gewassen geteeld in stroken. Geen monocultuur dus, maar verschillende gewassen in stroken naast elkaar. We hebben gekozen voor een extensief bouwplan met een teeltrotatie van 1 op 6, dwz dat een gewas maar 1 keer per 6 jaar op een perceel geteeld zal worden. Naast aardappelen, suikerbieten en granen worden er, in samenwerking met een veehouder, ook voedergewassen geteeld zoals grasklaver, veldbonen en mais. Dit systeem van strokenteelt moet bijdragen aan de biodiversiteit, een weerbaarder gewas en een lagere ziektedruk.
Middels bloemrijke akkerranden en flora-akkers in het bouwplan kunnen natuurlijke vijanden van luizen en trips zich ontwikkelen, waarmee een vorm van natuurlijke plaagbestrijding ontstaat.

HET VOEDSELBOS - WAAR LANDBOUW EN NATUUR ELKAAR ONTMOETEN

De verarming van het polderlandschap, waar steeds vaker monocultuur de boventoon voert, en de afnemende biodiversiteit hebben ons doen beseffen dat het anders moet. De bodem – ons echte goud – raakt uitgeput, terwijl juist een vitale, levende bodem de basis vormt voor duurzame landbouw.

Vanuit die overtuiging ontstonden in 2020 de eerste plannen voor het aanleggen van een voedselbos. Een jaar later werden de eerste bomen geplant. Op een perceel van ruim vijf hectare hebben we sindsdien een grote variëteit aan bomen en struiken aangebracht, elk met een eigen functie in het geheel. Het voedselbos vormt een divers en veerkrachtig ecosysteem waarin talloze eetbare én niet-eetbare soorten samenkomen.

De inrichting van het voedselbos is gebaseerd op de kracht van natuurlijke processen. We geven de natuur zoveel mogelijk de ruimte om zelf tot een evenwichtig ecosysteem te komen. Planten, struiken en bomen krijgen niet alleen een plek vanwege hun opbrengst, maar ook vanwege de ondersteunende rol die ze vervullen.

Zo zorgen vlinderbloemigen zoals olijfwilgen en elzen voor de vastlegging van atmosferische stikstof, een onmisbare voedingsstof voor het hele systeem. Andere soorten beschikken over diepe wortels die mineralen uit de ondergrond naar boven halen. Wanneer hun bladeren afvallen en composteren, komen die mineralen beschikbaar voor andere planten die minder diep wortelen.

Op deze manier ontstaat een natuurlijk evenwicht waarin de bodem zichzelf voedt. Het doel is een systeem waarin externe bemesting nauwelijks of niet meer nodig is om voedsel te produceren — landbouw in harmonie met de natuur.

IMG_7705.jpg
bottom of page