
HET ONSTAAN VAN HET NIEUWELAND VAN SOMMELSDIJK EN DE GESCHIEDENIS VAN HOFSTEDE LUST & LAST

DE EERSTE BOERDERIJ: HET ONSTAAN VAN LUST & LAST
In de zeventiende eeuw veranderde het eiland Goeree-Overflakkee ingrijpend. De gorzen ten noorden van de Christoffelpolder slibden steeds verder aan en werden steeds geschikter voor landbouw. Waar eerst schapen en koeien graasden op zilt buitendijks land, ontstond het plan om een nieuwe polder aan te leggen: het Nieuwland van Sommelsdijk. In 1668 was de aanleg van permanente dijken zo ver gevorderd dat het gebied kon worden ingepolderd en ingericht voor akkerbouw.
Hoewel de gorzen bestuurlijk zowel Zeeuws als Hollands waren, werd gekozen voor één gezamenlijke dijk om kosten te besparen. De grens werd zichtbaar gemaakt met een brede weg – de latere Kokseweg – die tot op de dag van vandaag het gebied doorkruist. Aan het einde van deze weg stonden twee eiken palen met daarop de wapens van Zeeland en Holland: symbolisch voor de herkomst van het nieuwe land.
Op dit pas gewonnen land verrees omstreeks 1672 de eerste boerderij van de nieuwe polder. Deze hofstee – destijds nog naamloos maar later bekend als Lust en Last – is daarmee het oudste boerenerf van het Nieuwland. De bijzondere gevelsteen uit 1672 draagt een samengestelde spreuk: “In Godes wegen is Godes segen, want men moet mennen terwyl de heul leyt.” Deze zeldzame combinatie van oude spreekwoorden benadrukt het geloof in voorspoed door hard werken.
De eerste eigenaar van het ingepolderde gebied was Zeger de Cocq van Nerijnen, baljuw en dijkgraaf van Sommelsdijk. Hij kocht in 1668 de nieuwe gronden en kreeg het recht deze 21 jaar te beheren en te ontwikkelen. Zeger liet de eerste boerderij bouwen, maar zijn tijd in het Nieuwland werd getekend door financiële tegenslag. Tussen stormschade, hoge kosten en meerdere grote leningen raakte hij uiteindelijk in zware schulden. In 1689 werd het gehele Nieuwland – inclusief de boerderij – door het Hof van Holland gedwongen verkocht.
NIEUWE EIGENAREN EN PACHTERS
Vanaf het einde van de zeventiende eeuw werd Lust & Last bewoond door een reeks boerenfamilies die het land gebruikten of pachtten. Het waren eeuwen van relatief stabiel boerenwerk: dezelfde gewassen, dezelfde werkwijzen, afhankelijk van weer, oogst en markt. De eigenaren woonden vaak in het dorp, terwijl pachters of knechten het werk op de boerderij deden. Grote gebeurtenissen lijken de polder weinig te raken—ook in het Rampjaar 1672 bleef het gebied gespaard van grote ellende. Rond 1800 en in de eerste helft van de negentiende eeuw veranderde er langzaam meer: nieuwe technieken, grotere schaal, en het verdwijnen van oude teelten zoals meekrap. In 1880 gaat Lust en Last over op de familie Mijs, en begint een nieuwe, lange periode van continuïteit in eigendom en gebruik.
LUST & LAST DOOR DE EEUWEN HEEN
Hoewel exacte gegevens over verbouwingen of bedrijfsvoering later schaars zijn, staat vast dat de boerderij al vanaf het begin een centrale plaats in het Nieuwland innam. Eeuwenlang was zij omringd door vruchtbare akkers, een belangrijke bron van inkomsten voor opeenvolgende generaties boeren, eigenaars en pachters.
Lust en Last, ontstaan in de tijd van bedijking, staat daarmee symbool voor 350 jaar landbouwgeschiedenis: van zilt buitendijks grasland tot productieve polder en van pionierswoning tot karakteristieke hofstede in het landschap van Sommelsdijk.

HET MONUMENT - 'IN GODES WEGEN IS GODES SEGEN'
Boven de ingang van het rijksmomument prijkt de gevelsteen met het jaartal 1672, een tastbare herinnering aan de oorsprong van de boerderij. Hoewel 1672 landelijk bekendstaat als het Rampjaar, lijkt de polder van Sommelsdijk juist in rust te zijn gebouwd en ontwikkeld. De steen markeert niet alleen het bouwjaar van de hofstede, maar ook het begin van meer dan drieënhalve eeuw boerenleven op dezelfde plek. Als een stil getuige heeft de steen generaties bewoners, pachters en arbeiders zien komen en gaan.
De naam Lust & Last, waaronder het huis al zeker honderd jaar bekend is, staat niet op de gevelsteen. Wat er wel op staat, is een samenvoeging van twee oude Nederlandse spreekwoorden: “In Godes wegen is Godes segen” en “Men moet mennen terwyl de heul leyt”. De betekenis van de combinatie op de steen kan worden geïnterpreteerd als: “Gods wegen zijn goed, want men moet de gelegenheid grijpen wanneer die zich voordoet.”






LUST & LAST ANNO 2026
Hofstede Lust & Last beslaat vandaag de dag zo’n 50 hectare. Op de landbouwgronden worden gewassen als aardappelen, tarwe, suikerbieten, grasklaver, mais en luzerne verbouwd in een systeem van strokenteelt. Deze vorm van landbouw moet bijdragen aan meer biodiversiteit, een weerbaarder gewas en een lagere ziektedruk. Met bloemrijke akkerranden en flora-akkers in het bouwplan kunnen natuurlijke vijanden van luizen en trips zich ontwikkelen, waarmee een vorm van natuurlijke plaagbestrijding ontstaat.
De oude schuur die niet meer voldeed aan de eisen van deze tijd doet dienst als paardenstalling. Rondom het erf en de gebouwen zijn weiden voor de paarden en pony’s, veelal gescheiden door hekken, singels en hagen.
UNIEKE PLAATS MET RUIMTE VOOR KUNST EN CULTUUR
Een klein bos, hoogstamboomgaard en tuinen maken van de hofstede een unieke rustige plaats. Vanuit de gedachte dat we zo’n unieke sfeervolle plek niet alleen voor onszelf mogen houden, maar willen delen met anderen zijn er in de loop der jaren vele activiteiten rond de Hofstede georganiseerd. Jaarlijks is de Hofstede een van de locaties tijdens de Kunstkijk Goeree Overflakkee. Ons poldertheater programmeert tal van artiesten van de lente tot de nazomer en sinds 2023 organiseren we seizoensfeesten zoals de oogstdag en het midzomerfeest.
De boomgaarden die in de jaren 60 en 70 zijn aangelegd zijn grotendeels gerooid. Alleen de 50 jaar oude perenboomgaard grenzend aan het perceel van de boerderij is intact gebleven. Om deze boomgaard een tweede leven te geven is er gekozen om ruime kavels aan te bieden voor het plaatsen van een in de natuur opgaande chalets.